De geschiedenis van AI in vogelvlucht
AI lijkt een uitvinding van de afgelopen jaren, maar het vakgebied bestaat al sinds de jaren vijftig. Het verhaal kent hoge verwachtingen, diepe dalen en een onverwachte doorbraak.
1950: de vraag wordt gesteld
Wiskundige Alan Turing vraagt zich af of machines kunnen denken en bedenkt een test: kan een computer een mens laten geloven dat hij met een mens praat? De term "artificial intelligence" volgt in 1956.
De AI-winters
Twee keer liepen de verwachtingen ver voor de techniek uit. Beloftes werden niet waargemaakt, financiering droogde op en het vakgebied lag stil. Die periodes staan bekend als de AI-winters.
2012: deep learning breekt door
Een neuraal netwerk wint met grote voorsprong een beeldherkenningswedstrijd. Plotseling blijkt dat de oude techniek wél werkt — mits je genoeg data en rekenkracht hebt.
2017: de transformer
Een nieuwe architectuur maakt het mogelijk om taal op grote schaal te modelleren. Dit is de directe voorouder van alle bekende taalmodellen van vandaag.
2022: AI wordt publiek bezit
Met de lancering van ChatGPT komt AI in handen van gewone gebruikers. Binnen enkele maanden gebruiken honderden miljoenen mensen het. Wat decennia een onderzoeksveld was, wordt in één klap een product.
Wat de geschiedenis leert
AI-vooruitgang verloopt schoksgewijs: lange periodes van weinig zichtbare vooruitgang, afgewisseld met plotselinge sprongen. Zowel doemdenken als grenzeloos optimisme bleek eerder onterecht.